Organisaties en teams kunnen alleen floreren bij de gratie van onderlinge verschillen. Sterker nog: als het niet goed gaat, zorg dan voor meer verschillen, voor meer diversiteit. Evenals in de biologie is diversiteit in organisaties dus een succesfactor: hoe meer verschillen, hoe meer overlevingskans. Klinkt tegennatuurlijk, maar dat is het (letterlijk) niet.

Wie heeft nooit eens verwonderd staan kijken bij een mierenhoop. Ogenschijnlijk een chaotisch tafereel. Niets is minder waar. De mierenhoop is strak georganiseerd. Met een koningin, werksters, voedselverzamelaars, soldaten en moedige, creatieve geesten; de verkenners die we eenzaam op de keukentafel zien lopen, gedurfd op zoek zijn naar nieuwe wegen om te blijven overleven.

Er bestaan nagenoeg geen vormen van control en controle die diversiteit, variëteit en spontaniteit omarmen. Het vakgebied probeert er wel op te anticiperen, bijvoorbeeld met concepten als Scrum, maar dat is eerder uit noodzaak en armoede dan vanuit overtuiging en kracht. Is het waar dat we processen over het algemeen ongehinderd hun gang moeten laten gaan? En dat veel menselijk ingrijpen (control!) de zaak er vaak niet beter op maakt? Of is controlling vanuit een biologisch perspectief volkomen tegennatuurlijk?