Veel mensen ervaren dat de klassieke economie in sterke mate draait om geld, macht en vooral kortetermijnresultaten. Na de agrarische economie, de industriële economie en de kenniseconomie koersen we vanuit die perceptie nu af op de betekeniseconomie. Deze gaat uit van organisatievormen waarin niet alleen een klein groepje beter wordt, maar een veel groter collectief.

In de betekeniseconomie ligt de focus dus niet meer op geld en winst, maar veel meer op maatschappelijke meerwaarde. Studie na studie laat zien dat mensen meer behoefte hebben aan zingeving en betekenisgeving in het werk. Mensen willen graag werken in economieën die het beste met de mensheid voor hebben. Meer dan de helft van de Nederlandse topbestuurders is er vandaag de dag dan ook van overtuigd dat “betekenis” de nieuwe aanjager van de economische ontwikkeling is.

Ligt hier niet een geweldige kans voor controllers die op zoek zijn naar meer betekenis? Als onverschilligheid in de betekeniseconomie niet langer acceptabel is, hoe kan je dan werken aan verschilligheid in jouw eigen vakgebied? En welke concrete eerste stappen kun je daarin zetten?